Natuurlijk bouwen
Bouwen zoals de natuur dat doet
Ingenieurs dromen ervan. Probeer maar eens een boom, een eendenpoot of een spinnenweb te construeren. Dat lukt niet. Een draad van een spinnenweb is vele malen sterker dan bijvoorbeeld een staaldraad van dezelfde dikte. En ‘leven’ kunnen we al helemaal niet maken. Maar de natuur heeft nog een geweldige eigenschap: heel veel kan zichzelf herstellen. Veel materialen in de natuur zijn hernieuwbaar, totaal herbruikbaar of ze kunnen zichzelf repareren. Uw huid groeit na beschadiging weer dicht, een gebroken bot kan weer aan elkaar groeien. Veel natuurmaterialen kunnen zichzelf op een of andere wijze versterken. Daar komt steeds meer belangstelling voor.
Er werden en worden pogingen ondernomen om dat ook bij door mensen gemaakte constructies en materialen voor elkaar te krijgen. Leonardo da Vinci (1452-1519) was er al mee bezig, de Romeinen kenden al zelfherstellend beton, in 2005 werd in Japan een brug opgeleverd met zelfherstellend beton in het rijoppervlak. Het gaat erom materialen te ontwikkelen waarin de moleculen van een stof zo kunnen bewegen dat ze beschadigingen blijvend kunnen herstellen. En dat moeten ze dan op eigen initiatief doen. Dat betekent dat een gedeelte van het materiaal ‘vloeibaar’ moet zijn en niet bijdraagt aan de sterkte van de constructie zelf. Nog problemen genoeg om op te lossen, maar er wordt hard aan gewerkt. Aan scheuren in metalen en breuken in beton die zichzelf herstellen en materialen die zichzelf versterken waar dat nodig is. De natuur laat zien dat het kan.

