hij bloeit nog steeds: ligularia

Volgens de boekjes kan het helemaal niet, maar in onze tuin bloeit Ligularia veitchiana nog steeds. Daar zou hij al eind augustus mee gestopt moeten zijn. Het zoveelste bewijs dat de natuur zich helemaal niets aantrekt van onze regels. Een natte, koude zomer wordt in een warme nazomer (oude-wijvenzomer) gewoon met late bloei gecompenseerd. De ‘oude wijven’, de drie vroegere Germaanse schrikgodinnen die het lot der mensen bepaalden, kunnen nog een laatste bosje zonnige bloemen plukken.

Ligularia’s zijn prachtig, maar hebben bovendien iets speciaals

Ze geven namelijk als eerste in een gemengde beplanting aan dat de grond droger wordt. Hun blad hangt dan direct slap. Ziet u dat, meteen water geven! Ze stammen vooral uit vochtige bosgebieden in Oost-Azië (er zijn ruim 80 soorten bekend), hoewel er één (L. sibirica) zelfs ook in Frankrijk inheems is. De bekende groenauteur Wim Oudshoorn schrijft over Ligularia: ‘Het zijn veelal hoge, indrukwekkende planten.

De bloemhoofdjes verschijnen in de zomer, zijn geel of oranjegeel en afhankelijk van de soort in tuilen of trossen gerangschikt. De bladeren, vooral de wortelstandige bladeren, zijn groot en rond-niervormig, soms diep handdelig.’ Dan weet u dat dus. Of zegt het u nog niets? Hoog is hier tussen de 150 en 200 cm. En ‘bloemhoofdje’ wil zeggen dat er, net als bij een zonnebloem, op een onderschijf hele series bloempjes zijn ingeplant met daaromheen een rand opvallende bloemblaadjes (wat in feite ook weer aparte bloempjes zijn). En weet u het verschil tussen een tuil en een tros? Als u dat weet, weet u ook dat ‘wortelstandig’ wil zeggen dat elk blad groeit aan een steel die direct uit de grond komt. Het is even wennen, die plantentaal, maar datzelfde heb ik als ik een computerfolder doorkijk. Dan snap ik ook niet de helft van de (voor mij) geheimtaal die daar staat.

Fantastische borderplanten

Ligularia’s zijn dus heel mooi als ze voldoende vocht krijgen en tussen andere planten. De grote bladeren zijn meestal donkergroen, de stengels hebben soms een wat paarse tot zelfs zwarte gloed, net als de onderkanten van de bladeren of de hele bladeren (bij Ligularia dentata ‘Othello’ en ‘Desdemona’). De bloemen zijn goud- of oranjegeel met een wat donkerder hart. Daar passen heel goed planten bij als het grote leverkruid (Eupatorium maculatum), spirea, vooral moerasspirea (Filipendula ulmaria) die ook vochtige grond nodig heeft, en daglelies (Hemerocallis) in allerlei tinten.

Andere groeieisen

Behalve dat de grond niet mag uitdrogen, moet deze ook humusrijk zijn (dus geef veel organisch materiaal, bijvoorbeeld door met compost te mulchen) en liefst wat leemachtig (lichte klei mag ook; door zware klei scherpzand mengen en organisch materiaal). Een beetje schaduw kunnen ze prima hebben, maar een wat zonniger plek kan ook. Ook in de oever van een natuurlijke vijver (met natte grond) zijn ze helemaal op hun plaats. De bloeitijden variëren tussen juli en september (steeds een week of vier achter elkaar). Knip in het voorjaar de oude stengels weg en strooi dan meteen organische mest rond de planten. Daar kunnen ze maanden mee vooruit.

Naamsverandering

Vroeger behoorde wat wij nu Ligularia noemen tot het geslacht Senecio dat wel kruiskruid wordt genoemd. Vandaar dat ook Ligularia soms nog met de Nederlandse naam kruiskruid wordt betiteld. Maar eigenlijk klopt dat dus niet meer. Noem ze maar gewoon Ligularia, net zo makkelijk!

Column van Rien Meijer

terug