hortensia

Het kan twee kanten op: blauw of roze.
Nee, geen beschuit met muisjes, maar de bloemkleur van hortensia’s.

Hortensia’s kennen we vooral met die enorme ‘bollen’ bloemen, maar ze vormen van nature bloeischermen met weinig opvallende vruchtbare bloempjes in het midden, met daar omheen veel grotere en veel mooiere steriele bloemen. Die staan er vaak als een soort rand rond een eetbord omheen. De Duitsers noemen dat dan ook Teller-vormen, de Engelsen spreken van ‘Lacecaps’ (kanten mutsjes).

Er zijn soorten die van nature onveranderlijk blauw, wit of roze bloeien, maar bij enkele soorten Hydrangea (zo heten hortensia’s officieel) kunnen de kleuren vrij sterk veranderen. Dat gebeurt vooral bij de vele vormen van Hydrangea macrophylla, waarvan de meeste die bekende dikke ‘bollen’ met alleen steriele bloemen dragen, maar er zijn ook daarvan Teller-vormen.

De bloemkleur heeft met de zuurgraad van de grond te maken. De blauwe kleur ontstaat als een plant in zure grond met een pH van 5,5 of lager staat. Roze of bleekblauw bloeiende cultivars die in meer alkalische (kalkrijke) grond staan kunt u blauwer krijgen door aluminiumsulfaat (‘blauwmaker’) door de grond te mengen. Giet vanaf het voorjaar iedere week een oplossing daarvan bij de planten. Nog een mogelijkheid: zet de planten in zure heideplantengrond, dan bloeien ze zeker blauw in plaats van roze.

Mesten

Hortensia’s staan dus graag in wat zure grond. Geef daarom geen beendermeel, want dat bevat veel kalk. Een zware groeistoot is ook niet nodig. Het is het beste meteen na de snoei gedroogde koemest en een laagje compost bij de planten te strooien. Dat bevat normaal voldoende voedsel voor de periode daarna en het verbetert de bodem waar de planten in groeien. Mocht de bloei wat stagneren, dan kunt u een beetje algemene kunstmest geven, maar niet te veel. Er bestaat overigens speciale hortensiamest die ook de nodige sporenelementen bevat.

Snoeien

Hydrangea macrophylla moet u in het voorjaar snoeien. Knip de oude uitgebloeide bloeiwijzen kort onder de bloemen weg. De knoppen voor de bloemen van het jaar erop zitten kort onder de oude bloeiwijzen. Als de stengels daar te kort worden gesnoeid, worden ook die nieuwe knoppen weg gesnoeid, met als gevolg: geen bloemen. Dat moet u dus niet doen.

Bij oudere struiken die erg groot dreigen te worden, kunt u verjongingssnoei toepassen. Daarbij wordt ieder voorjaar en aantal oude takken (bijv. eenvijfde van het totaal) wordt bij de basis weggesnoeid. Dat bevordert de vorming van nieuwe takken en zodoende wordt de plant in vijf jaar geheel verjongd.

Een andere hortensia, de pluimhortensia (Hydrangea paniculata) die nu (augustus-september) bloeit, doet dat aan de einden van takken die in hetzelfde jaar zijn gevormd. Deze plant wordt ook vroeg in het voorjaar teruggesnoeid, maar heel anders: tot op twee of drie knoppen vanaf de basis van de groei van het vorige jaar. Hij wordt dus behoorlijk gekortwiekt (ongeveer als een Buddleja).

Hortensiabloemen drogen

De meest toegepaste methode is drogen op de vaas. Neem een vaas, doe daar een bodempje water in en zet er vervolgens de bos afgesneden hortensiabloemen in. Maar zo, dat de stelen niet tot in het water reiken. Vervolgens niet meer naar omkijken. Het water verdampt en de bloemen verdrogen langzaam. Ze houden vaak iets kleur, maar die verandert wel.

Een tweede methode is het drogen van de bloemen in een bak gevuld met cilicagel-korrels. Dat materiaal is bij veel bloemisten te koop.

De derde methode is: in de magnetron. Dat is even experimenteren. Als het goed gebeurt blijft de kleur (ook van het blad) volledig behouden. Maar de bloemen worden gortdroog en erg breekbaar. Het is even uitproberen. Als de magnetrontijd te kort is is het plantaardig materiaal nog niet droog, duurt het te lang dan kan het verbruinen. Het is in de meeste gevallen secondenwerk.

Column van Rien Meijer

terug