herfstanemonen
Je ziet ze steeds vaker in tuinen verschijnen: Japanse of herfstanemonen zijn toppers aan het worden.Wie ze ziet, wil ze hebben. Hun bloeitijd loopt van augustus tot ver in oktober. Ze geven kleur in het najaar als veel andere planten allang zijn uitgebloeid. En ze zijn schitterend.
Misschien wel het mooist is de pure vorm van de witte Anemone x hybrida Honorine Jobert met haar groene hartbol en goudgele meeldraden. Witte, enkelvoudige bloemen, heel mooi zachtgroen blad: Honorine Jobert moet een prachtige vrouw zijn geweest toen deze bloem in 1858 naar haar werd genoemd.
Zo zijn er nog enkele al heel oude rassen: de zilverroze, halfgevulde Königin Charlotte uit 1898, de halfgevulde, witte Whirlwind uit 1887 en de purperrode Prinz Heinrich uit 1902. Schitterende geschiedenis die met een absolute come-back bezig is. Trouwens, er zijn ook moderne rassen genoeg.
Onduidelijke afstamming
Eigenlijk is de groep Japanse anemonen een verzameling van allerlei met elkaar gekruiste soorten, waarvan een deel inderdaad uit Japan (en China) afkomstig is. Ook daar werd er al mee geselecteerd. Niemand weet meer exact in welke vormen de planten indertijd vanuit Oost-Azië naar Europa kwamen. Er moeten al de nodige hybriden tussen hebben gezeten. Wat maakt het ook uit: ze behoren nog steeds tot de mooiste herfstbloeiers die we hebben.
Dat de oorsprong heel verschillend kan zijn, zie je ook aan de manier waarop ze groeien. Er zijn cultivars die net 60 cm hoog worden, maar andere halen met gemak 120 cm. Ook de bladkleuren verschillen. De bloemen kunnen enkel, halfgevuld en gevuld zijn met tinten die lopen van wit, via roze tot dieproze (Rosenschale), paarsrood (Rotkäppchen) en heel donkerrood (Pamina). Er zijn er ook (bijvoorbeeld de roze September Charm) die paarse stengels hebben. Dat geeft nog meer kleur.
Ze houden van rust
Net als pioenen moet u Japanse anemonen liever niet meer verplaatsen als ze eenmaal ergens goed groeien. Ze hebben kruipende wortels en kunnen dus iets woekeren. Maar bijna niemand vindt het erg als de bloemen ook op een wat andere plek verschijnen dan waar ze waren geplant. Lossteken en opnieuw inplanten kan trouwens. Ze moeten dan alleen weer even wennen. Het zijn sterke planten die zowel in zon als lichte schaduw willen groeien, maar in de zon bloeien ze het mooist.
De verzorging
Ze groeien in iedere normale tuingrond, als die maar niet te droog wordt. Al vrij snel zullen er flinke pollen zijn gevormd. Plant u er meer, zet ze dan in groepen en 45-60 cm uit elkaar (de hoogste cultivars het verst uit elkaar). Geef na het inplanten royaal water en herhaal dat de eerste weken tot ze goed zijn aangeslagen. Wanneer u in het voorjaar de oude stengels hebt verwijderd (laat ze in het najaar zitten, het blad wordt prachtig goudgeel), kunt u meteen een goede organische basisbemesting geven. Daar kunnen ze maanden mee vooruit. Breng in het najaar compost boven de wortels aan. Dat voedt en beschermt tegen de kou.
Perfecte snijbloemen
De bloemen doen het prima op de vaas. Alleen zult u ze vrijwel nooit bij de bloemist aantreffen omdat ze veel te kwetsbaar zijn voor transport. Snij ze dus in eigen tuin, doe dat als er twee ringen meeldraden (rond die bol in het midden) goed open zijn. Dat is het beste tijdstip.
Column van Rien Meijer
terug

